a a a

Diagnose

De symptomen van longkanker kunnen per patiënt verschillen en zijn onder andere afhankelijk van de plaats, de grootte van de tumor en van eventuele uitzaaiingen.

Patiënten komen vaak bij de huisarts met symptomen zoals hoesten, ophoesten van bloed, kortademigheid, terugkerende luchtweginfecties en/of pijn in de borstkas.

Als er een vermoeden is van longkanker verwijst de huisarts de patiënt vervolgens door naar de longarts, die een aantal onderzoeken doet om te uiteindelijke diagnose te stellen. Er zijn verschillende vormen van onderzoek mogelijk zoals een CT-scan, PET-scan of bronchoscopie. Ook wordt er laboratorium onderzoek gedaan.

Op het gebied van diagnostiek en behandeling van longkanker zijn veel ontwikkelingen gaande. Verschillende vormen van longkanker kunnen heel specifiek behandeld worden, afhankelijk van bijvoorbeeld het type longkanker.

Onderzoeken

Een longarts stelt vast of er werkelijk sprake is van longkanker en of er uitzaaiingen zijn.

Het gesprek met de patiënt is eigenlijk al een eerste onderzoek. Vervolgens wordt er gekeken naar de lichamelijke conditie van patiënt, er wordt bloed afgenomen en er worden foto’s en scans gemaakt om te kijken waar de tumor zit. Dit kan via een CT-scan, PET-scan of bronchoscopie.

Normaal gesproken worden ook cellen of weefsel weggenomen (biopt) om vast te stellen welke soort longkanker het betreft. Het onderzoeken van de weggenomen cellen wordt gedaan door een patholoog. Omdat ook bepaalde eigenschappen van de longkankercel van belang zijn voor het bepalen van de behandeling worden bij bepaalde vormen van longkanker-patiënten met uitzaaiingen onderzocht op de aanwezigheid van afwijkingen in het erfelijk materiaal van de kankercellen. Er wordt dan gezocht naar onder andere zogenaamde EGFR-, KRAS, ROS-mutaties, en ALK-translocaties. Soms wordt er ook naar andere afwijkingen gekeken.

Foto’s en scans

De longarts kan door middel van röntgenfoto’s en verschillende soorten scans een heleboel informatie verzamelen:

Op een longfoto, is een tumor in de longen te zien.

Door middel van een CT-scan van de borstkas en van de bovenbuik, kan de precieze plaats van de tumor worden vastgesteld. Ook zijn eventuele uitzaaiingen naar de lever en bijnieren te zien.

Soms wordt er ook een PET-scan gemaakt. Daarmee kunnen uitzaaiingen in andere delen van het lichaam beter worden gezien.

Bronchoscopie

Bij een bronchoscopie wordt er met een flexibele kijker in de luchtwegen gekeken. De arts kan dan ook kleine stukjes weefsel weghalen voor verder onderzoek. Dit weefsel wordt gebruikt om te kijken of er inderdaad sprake is van longkanker. Daarnaast kan bekeken worden om welke soort longkanker het gaat en wat de eigenschappen van de longkankercel zijn.

Wanneer een bronchoscopie niet mogelijk is of het niet mogelijk is om met de brochoscoop bij de tumor te komen, zal de longarts proberen met andere methoden weefsel te verkrijgen. Zo kunnen bijvoorbeeld met een longpunctie cellen worden weggehaald die onderzocht kunnen worden.

video

Laboratorium onderzoeken

In het laboratorium worden verschillende dingen onderzocht.

Allereerst wordt in het laboratorium het bloed onderzocht. Hieruit kan veel informatie over de algemene conditie worden afgeleid, maar ook informatie over mogelijke uitzaaiingen.

Daarnaast wordt er weefsel onderzocht wat is weggehaald tijdens de bronchoscopie of punctie om vast te stellen of er inderdaad kankercellen in het weefsel zitten. Vervolgens kan het type longkanker vastgesteld worden. De uitslagen van bloed- en weefselonderzoek zijn over het algemeen binnen een week bekend.

Bij bepaalde soorten niet-kleincellige longkanker wordt dit weefsel in het laboratorium onderzocht om te kijken of er afwijkingen (mutaties) in de cellen te vinden zijn. Daarbij gaat het onder andere om ALK, ROS, KRAS en het EGFR-gen. Een EGFR-mutatie bepaling wordt op deze manier gedaan. Omdat het een ingewikkeld laboratoriumonderzoek is, duurt het vaak langer dan een week voordat de arts de uitslag van dit onderzoek heeft. Toch is de uitslag van belang omdat bijvoorbeeld bij een vastgestelde EGFR-mutatie bepaalde medicijnen (EGFR-TKIs) een geschikte behandelingsoptie vormen.

Bloedbiopt

Het is helaas niet altijd mogelijk om een weefselbiopt af te nemen voor onderzoek naar DNA-afwijkingen in de tumorcellen. Ook kan blijken dat het afgenomen biopt te klein of van onvoldoende kwaliteit was om eventuele mutaties aan te kunnen tonen. Het is echter erg belangrijk dat er een goede DNA-test kan worden uitgevoerd omdat de uitslag hiervan van invloed kan zijn voor de behandeling.
In steeds meer ziekenhuizen is het nu mogelijk dat in het bloed eventuele mutaties kunnen worden aangetoond. Deze techniek noemt men een bloedbiopt of cel-vrij DNA. Cel-vrij DNA is DNA dat vrijkomt van tumorcellen en in het bloed terechtkomt. Een van de grote voordelen van deze techniek is dat bloedafname relatief weinig belastend is en dat de uitslag snel gerapporteerd kan worden. Wanneer er geen mutatie wordt gevonden in het bloed betekent dit echter niet dat er ook geen mutatie aanwezig is, doordat niet alle tumoren genoeg celvrij-DNA uitscheiden om te kunnen meten. Wanneer er niet eerder een weefselbiopt is afgenomen, kan er dan alsnog worden besloten om een biopt af te nemen voor DNA-analyse.

Andere pagina's op EGFR-Mutatie.nl.

U staat op het punt om een website te bezoeken die buiten de verantwoordelijkheid van AstraZeneca BV valt. Wij hebben geen controle op de aard, inhoud en beschikbaarheid van deze site. Sluit deze melding om terug te gaan naar EGFR-mutatie, of klik op de knop 'Doorgaan' om door te gaan.

Doorgaan